Diabetes

Diabetes

Diabetes is een stofwisselingsziekte. Het lichaam is bij diabetes niet meer in staat om suiker (glucose) uit voeding te verwerken. Glucose geeft het lichaam energie waardoor alle spieren en organen werken. Het hormoon insuline is de ‘sleutel’ die de cellen ‘opent’, zodat ze glucose kunnen opnemen. Bij diabetes zit daar het probleem: het lichaam maakt geen of onvoldoende insuline aan.
 
Eén op de drie Nederlanders loopt het risico om binnen een paar jaar diabetes te krijgen. Door de groei van de bevolking, de vergrijzing en een toename van mensen met overgewicht, is de verwachting dat het aantal diabetespatiënten in de komende twintig jaar met vijfendertig procent zal toenemen.

Oorzaken

Waarom de ene persoon wel en de andere geen diabetes krijgt, is niet helemaal duidelijk. Hier wordt nog steeds veel onderzoek naar gedaan. Erfelijkheid speelt een rol. Diabetes zelf is niet erfelijk, maar de aanleg ervoor wel. Als één van jouw ouders diabetes heeft, loop je een grotere kans om zelf ook diabetes te ontwikkelen. Of de ziekte ook daadwerkelijk de kop opsteekt, heeft vaak met veel verschillende factoren te maken.
Enkele factoren zijn voeding en beweging.
In Nederland hebben ongeveer 750.000 mensen diabetes. Van die 750.000 weten 200.000 personen niet dat ze de ziekte hebben.

Vormen van diabetes

Diabetes kent vele vormen. De belangrijkste en meest voorkomende vormen zijn type 1 en type 2.
 
Type 1
Mensen van alle leeftijden kunnen type 1 diabetes krijgen. De meeste diabetici hebben het al op jonge leeftijd gekregen. Type 1 houdt in dat het lichaam helemaal geen insuline meer maakt, waardoor de glucose in het bloed blijft. Door insuline in het lichaam te spuiten kan de glucose vanuit het bloed weer de cellen in en zal het bloedglucosegehalte dalen.
 
Type 2
Type 2 diabetes ontstaat vooral bij mensen ouder dan 45 en bij mensen met overgewicht. Van alle diabetespatiënten in Nederland heeft tachtig tot negentig procent type 2. Bij de meeste mensen met type 2 diabetes maakt het lichaam nog wel insuline aan, maar niet voldoende. Hierdoor kan het lichaam de insuline niet op de juiste manier gebruiken. De cellen verbranden de glucose niet, waardoor de hoeveelheid glucose in het bloed (het glucosegehalte) stijgt. Door een gezond voedingspatroon, voldoende lichaamsbeweging (minstens 5 dagen per week minimaal 30 minuten matig tot intensief bewegen) en gewichtsvermindering kan de insulinewerking vaak zonder medicatie weer verbeteren. Het glucosegehalte zal hierdoor dalen.

Klachten en symptomen

Type 1
Deze vorm ontstaat vaak in enkele dagen tot weken en is meestal te herkennen aan:
• vaak dorst en veel plassen;
• afvallen zonder aanwijsbare reden;
• ziek en moe voelen;
• constant hongergevoel;
• wazig zien.
 
Type 2
De symptomen van dit type zijn vaak vaag of helemaal niet aanwezig. Daardoor lopen veel mensen jarenlang ongemerkt rond met diabetes. Het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten neemt hierdoor flink toe. Eén of meer van de volgende klachten kunnen wijzen op een te hoog glucosegehalte:
• vermoeidheid;
• oogklachten: rode branderige ogen, wazig zien, slecht zien;
• slecht genezende wondjes;
• kortademigheid of pijn in de benen bij het lopen;
• vaak terugkerende infecties;
• vaak dorst en veel plassen.

Leven met diabetes

Als je te horen krijgt dat je een ziekte hebt die nooit meer overgaat, komt er veel op je af. Je moet wennen aan de behandeling en wennen aan de nieuwe manier van leven. Diabetes neemt vanaf dat moment een belangrijke plek in jouw leven in. Niet alleen moet je de korte termijn klachten verhelpen, zoals een te laag of te hoog glucosegehalte. Op lange termijn kunnen mogelijk allerlei complicaties ontstaan. Door het bloedglucosegehalte goed te reguleren en bepaalde leefregels in acht te nemen, verklein je de kans daarop. Dit vergt echter wel discipline. Op lange termijn doen de problemen zich vooral voor bij die weefsels en cellen, die voor de opname van glucose niet direct afhankelijk zijn van insuline. Voorbeelden hiervan zijn zenuwcellen en bloedvatcellen. Een te hoog glucosegehalte tast deze cellen meteen aan. Dit leidt tot orgaanschade. Denk hierbij aan problemen met de ogen, voeten en nieren. Bij controles komen die gebieden uitgebreid aan bod.

Behandeling

Type 1
Mensen met diabetes type 1 maken geen insuline meer aan en moeten dus hun hele leven zichzelf met insuline injecteren. Uiteraard is het belangrijk dat dit wordt gecombineerd met een gezonde leefstijl.
 
Type 2
Mensen met diabetes type 2 maken wel insuline aan, maar relatief te weinig. Immers, de cellen reageren er niet of weinig op. Voor mensen met overgewicht is afvallen de eerste behandelstap. Meer bewegen zorgt er voor dat de insuline beter zijn werk doet. Tabletten kunnen verder helpen de bloedglucosewaarden binnen de perken te houden. Als dat niet voldoende is, moet daarnaast ook insuline worden gespoten. Een goede bloedglucoseregulatie is van levensbelang. De effecten zijn pas echt merkbaar op lange termijn. Er treden dan namelijk minder complicaties op zoals oogproblemen of problemen met de voeten.
 

Bij het gebruik maken van de site gaan we er vanuit dat je akkoord bent met de cookies.

Contact Boots webshop
  • Bel
  • Mail